Hoe vismigratie herstellen?
Voor een aantal vissoorten komen de herstelmaatregelen te laat. Om te verhinderen dat ook tal van andere bedreigde vissoorten hetzelfde lot wacht, moet snel verder werk gemaakt worden van de sanering van de waterlopen. Een duurzaam herstel van onze visfauna vereist naast een betere waterkwaliteit, een vrije migratie en geschikte habitats. De herstelmaatregelen worden dan ook best ingepast in een ruimere visie op ecologisch beekherstel.
De afdeling Water van de Vlaamse Milieumaatschappij werkt eraan om het watersysteem ecologisch door te lichten. Op basis van de ecologische inventarisatiestudies worden ingrepen voorgesteld die direct verband houden met het herstel van leefgebieden van planten en dieren in en rond de waterloop. Die ingrepen zijn onder meer: het opnieuw aanleggen van meanders, de inrichting van oeverzones, de ecologische inrichting van het valleigebied zoals vernatting en het creëren van ecologische verbindingsgebieden. Het doel is dus zowel het herstel van de waterloop als het herstel van de vallei. Het is zoeken naar geïntegreerde oplossingen die verschillende doelstellingen in één project combineren.
Bij het zoeken naar oplossingen voor vismigratie is het dan ook belangrijk om te vertrekken van een ruimere gebiedsvisie, want niet alleen voor de vis is het belangrijk de meest natuurlijke oplossing te kiezen. Ontsnippering van onze waterlopen en herstel van geschikte leefgebieden kunnen immers niet van elkaar worden losgekoppeld.
Het herstel van de natuurlijke dynamiek (en structuurdiversiteit) waarbij de constructies worden verwijderd en de waterloop wordt heringericht met een natuurlijk verhang krijgt de voorkeur om vismigratie te herstellen. Hierbij wordt niet alleen de migratie in lengte- en breedterichting hersteld, maar wordt ook aan een herstel van de leefomgeving gewerkt. Dit betekent een kwaliteitsverbetering en een vergroting van de (deel)leefgebieden.

Principeschets hermeandering (Handboek vismigratie, 2005)
Indien volledig herstel niet mogelijk is, is de aanleg van vispassages de enige optie. Vispassages zijn er in vele soorten en maten en worden ontworpen rekening houdend met een groot aantal randvoorwaarden (landschappelijk, technisch, hydraulisch, biologisch etc). Een goede efficiëntie van een vispassage (of bypass) is van essentieel belang en hiervoor moet men rekening houden met een heel aantal biologische randvoorwaarden zoals lokstroom, voldoende waterpeil, …

Principeschets bypass (Handboek vismigratie, 2005)
De aanleg van semi-natuurlijke oplossingen zoals een nevengeul rondom het kunstwerk is bij natuurlijk afstromende wateren te verkiezen boven een meer technische oplossing zoals De Wit-vispassages, een Vertical slot of V-vormige bekkentrappen. Nevengeulen hebben het voordeel dat zij mooier kunnen worden ingepast in het landschap en dat er naast een visdoorgang ook interessante leefgebieden kunnen ontstaan. De nevengeul wordt dan best zo natuurlijk mogelijk ingericht met diverse stroomsnelheden, oevervegetatie, enz... Een voorbeeld van een nevengeul vind je in Eliksem op de Kleine Gete en de Zwalm in Zwalm.
Ter hoogte van kunstwerken waar echter weinig ruimte is bijvoorbeeld in stedelijk gebied, kan men veelal niet anders dan het aanleggen van technische vistrappen. Met een vistrap wordt het verval op een kortere afstand afgebouwd door deze op te delen in een aantal trappen. Voorbeelden hiervan zijn vertical-slot vispassages of v-vormige bekkentrappen. Bij stroomopwaartse migratie neemt de vis als het ware de trap om naar bovenstrooms pand te zwemmen. De v-vormige bekkentrappen werden al op diverse plaatsen in Vlaanderen aangelegd: de Velpe te Hoeleden, Grote Gete te Tienen, de Kleine Gete te Zoutleeuw, Abeek te Bocholt, Mark in Hoogstraten, Kleine Nete in Herentals en Grote Nete in Meerhout.

Principeschets V-vormige overlaat met vertical slot (Handboek vismigratie, 2005)
In vlakke gravitaire gebieden waar weinig water ter beschikking is, kan een Dewit-vispassage een oplossing bieden voor vismigratie. In bemalen gebieden kunnen hevel-vispassages worden aangelegd. Een aangepast beheer waarbij meer rekening wordt gehouden met migratieperiodes zou de vismigratie op plaatsen kunnen bevorderen.
Het ontwerpen van visdoorgangen blijkt moeilijker dan aanvankelijk gedacht. Al in 1912 schreef men in een ingenieurstijdschrift dat visdoorgangen dikwijls hun doel voorbij schoten omdat men tijdens het ontwerp, de vis en zijn eigenschappen vaak buiten beschouwing liet. Ook nu nog worden om diverse redenen (lokale omstandigheden, ..) beslissingen genomen die dikwijls ten koste gaan van het bereiken van de doelstelling: m.n. komen tot 'werkende' visdoorgangen. De nood aan achtergrondinformatie over vismigratie en de kennis van de biologische eisen en randvoorwaarden die meegenomen moeten worden bij het ontwerpen van visdoorgangen, heeft geleid tot de opmaak van het Handboek vismigratie.