U bent hier: www.vismigratie.be Onderzoek

Onderzoek

De laatste jaren werd in Vlaanderen heel wat onderzoek verricht naar enerzijds het barrière-effect van een aantal potentiële knelpunten en anderzijds naar de werking van aangelegde visdoorgangen.

Bij de inventarisatie van vismigratieknelpunten op de prioritaire waterlopen in het Vlaamse Gewest werd een lijst opgemaakt met typen knelpunten. Een heel aantal kunstwerken zijn hierin opgenomen. Over een aantal hiervan bestaat echter geen duidelijkheid of deze wel degelijk en in welke mate zij vismigratie verhinderen. Onderzoek heeft intussen al wat duidelijkheid verschaft naar ondermeer de passeerbaarheid van sifons en duikers, het barrière-effect van stuw-sluisconstructies en de schadelijkheid van pompgemalen.

Wanneer door de mens in de natuur voorzieningen worden aangelegd om het ecologisch functioneren te verbeteren dient -zelfs wanneer deze gebaseerd zijn op goed voorbereide en bestudeerde modellen- steeds afgewacht te worden of de natuur steeds op de verwachte manier reageert.

Het is dan ook van groot belang om uitgevoerde projecten te evalueren en eventueel met aanpassingen te verbeteren. Daarnaast wordt zo bijkomende kennis opgedaan voor nieuwe projecten.

Van visdoorgangen is o.a. bekend dat het vinden van de ingang tot de benedenstroomse toegang tot de visoptrekvoorziening voor vissen cruciaal is. Dit heeft o.m. te maken met de situering van de toegang ten opzichte van de hoofdstroom in de rivier, de stromingspatronen ter hoogte van de toegang, de lokstroom uit de vistrap, enz… Dit is in de meeste gevallen sterk plaatsafhankelijk. Wanneer te veel vissen te lang moeten zoeken naar de toegang of wanneer een te klein deel van de populatie de toegang ‘vindt’ verlaagt de efficiëntie van de visoptrekvoorziening.

Daarnaast mogen ook de stromingscondities in de visdoorgang zelf geen beperkende factor zijn voor vissen om erdoor te zwemmen. Bij het aanleggen van visnevengeulen rond migratieknelpunten (hetgeen nu algemeen aanzien wordt als één van de betere technische oplossingen om migratieknelpunten weg te werken) is de inrichting van de geul van groot belang. Bij een optimale inrichting kan de nevengeul ook geschikt gemaakt worden als paai- en opgroeihabitat voor rheofiele (stroomminnende) vissoorten. Door verstuwing en rechttrekkingen zijn deze habitats in Vlaanderen momenteel sterk gereduceerd.

 

Tal van onderzoeken heeft ons intussen meer inzichten gegeven in het gedrag van vissen enerzijds en de werking van de visdoorgangen anderzijds.

Publicatielijst (LINK)

Document acties